Beeld

Doormiddel van beelden dragen we iets over.
Een verkeersbord waarschuwt je voor een belangrijke verkeerssituatie, een afbeelding op een T-shirt zegt iets over iemands voorkeur voor een bepaalde sociale trend of hype. In de loop van tijd leren we deze beelden te lezen, te begrijpen en zelf te creeren. Omdat we de wereld voornamelijk via onze ogen waarnemen is het belangrijk dat we de beelden om ons heen kunnen begrijpen.
Het aanbod visuele beelden is steeds groter geworden en uitgegroeid tot een beeldcultuur die ons een voorstelling geeft van de werkelijkheid.
De kracht van het visuele beeld komt voort uit de impact die het op ons heeft.
Naast dat we ons bewegen door de wereld en dingen empirisch ervaren waardoor het gevoel van werkelijkheid toeneemt (Existentieel), bestaan de dingen ook in ons hoofd. Ons geheugen maakt namelijk overal een kopie van zodat we ons een voorstelling kunnen maken van de dingen zonder ze echt te ‘zien’. (Intrinsiek)
Daarnaast doet ons brein nog iets extra’s, het voegt allerlei informatie toe aan de al bestaande kennis van dingen, waardoor we steeds meer weten over de wereld.
We weten de concrete betekenis van een beeld (Denotatie)
Vb.; Een auto is een vervoersmiddel
En we hebben een bepaalde gevoelswaarde of associatie bij het beeld (Connotatie)
Vb.; Een rode Volkswagen Kever, doet mij denken aan mijn oma.
Deze ‘sporen’ liggen opgeslagen in verschillende delen van de hersenen en komen samen zodra er een bepaald beeld zich voordoet wat deze sporen oproept.
Dit schijnbaar natuurlijke proces lijkt op de processen van een computer en maakt het onderandere hierdoor tot een wonderlijk systeem. Een systeem wat met name heel gevoelig is voor visuele beelden. Dit komt doordat er vele verbindingen worden gelegt bij het zien van één beeld.
“Een beeld zegt meer dan duizend woorden”
 
Beeldmakers zijn zich bewust van de Denotaties en Connotaties die kleven aan het beeld, en gebruiken dit in hun voordeel. De commercieele tak van beeldmakers spelen in op de betekenis, gevoelswaarde en associatie’s van beeld, omdat zij weten dat deze beelden direct  contact hebben met de beeld connotaties in ons geheugen en met onze wensen en behoeftens. Iedereen heeft bijvoorbeeld een andere associatie bij het zien van een paard, maar doormiddel van globalisatie en grote campagnes van reclamebureau’s kan er een globale associatie onstaat bij het volgende beeld:

 cowboy-sunset.jpg

Deze cowboy werd door Marlboro gebruikt om aanspraak te maken bij de Connotaties van een bepaalde doelgroep en was zo succesvol dat zelfs mensen die niet tot die doelgroep hoorde dit beeld kende.

Later veranderde de maatschappelijke houding jegens rokers enigsinds en gebruikte Marlboro andere reclame-uitingen om hun merk te promoten.
Echter gebruikt het nu nog steeds de ‘Marlboro men’ in hun uitingen.


Marlboro-ad2.jpg

Dit voorbeeld laat zien hoe krachtig en overtuigend beelden kunnen zijn.
In deze afbeelding wordt de Cowboy als held afgebeeld. Door de ruige omgeving word er gewezen op natuurlijke instincten van mens en dier. Hierdoor wordt roken echter sterk gebagatelliseerd en in het kader van de gevoelswaarde van de afbeelding “Just an other fact of life”, je kan van zoveel dingen sterven.

Er gebeurd heel veel in deze foto en onze hersenen gaan automatisch op zoek naar beeldelementen die het kan plaatsen en ordenen zodat het ‘begrepen’ kan worden. In de eerste plaats wordt er gezocht naar sporen die reeds bekend zijn in ons brein, zoals bijvoorbeeld het ‘wilde’ paard. Vervolgens wordt er geordend en worden dingen gekoppeld met elkaar. Er wordt gekeken naar verhoudingen en perspectief. Ook wordt er vrij direct een gevoelswaarde toegekend aan het beeld, wat vervolgens weer invloed heeft op het algemene beeld wat we bij de reclame hebben, Zo wordt onze kijk op dingen steeds beinvloed.

Of je nu naar een reclame zit te kijken of naar een kunstwerk kijkt. je ogen en hersenen maken geen verschil en ontleden elke beeld op de zelfde manier. Toch ervaren wij deze twee werelden schijnbaar op verschillende manieren.
Anders gezegd is onze gemoedstoestand en instelling vaak anders als we naar reclame kijken dan als we naar kunst kijken. Het lijkt voor de hand te liggen te denken dat we anders zijn als we thuis zijn dan wanneer we in een museum zijn.
Al heeft dit er zeker wel mee te maken, ligt de werkelijke oorzaak iets ingewikkelder.
Het gaat hier om het beeld wat we hebben van bv.: het museum. Iedereen heeft wel een bepaald beeld van musea in zijn hoofd. Of dat nu een stoffig beeld is of een beangstigend beeld is, bij het denken aan musea komt er een bepaald gevoel naar boven (de Connotatie). Met dit beeld en gevoel gaan we naar het museum en kunnen we moeilijk ontsnappen aan de verwachtingen die we daarbij hebben. Dit is compleet niet het geval als we thuis voor de televisie zitten, dan zijn we veel passiever doordat we precies weten wat we kunnen verwachten en daardoor altijd het zelfde ‘vertrouwde’ gevoel hebben.
Je zou kunnen zeggen dat de kennis die we overhouden van het beeld wat we zien onder invloed is van hoe we ons voelen en wat voor ervaringen we hebben gehad met het beeld. Ook de verwachtingen die we hebben en de behoefte om bepaalde kennis op te slaan, bepalen wat we uiteindelijk overhouden aan informatie over een bepaald beeld.
Het gaat in dus in feite tussen de ratio en de emotie van je hersenen. De uitkomst van deze strijd en/of samenwerking draagt bij aan de werkelijkheid omtrent het onderwerp of beeld.

 

25-09-2009

wordt vervolgd