In de ban van het Ding (deel 2)

Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie naar hoe (menselijke) gedachten, gevoelens en gedragingen worden beïnvloed door werkelijke of ingebeelde anderen (Allport, 1985).

Sociale psychologie is een brug die de sociologie en de psychologie met elkaar verbind. Vóór de tweede wereloorlog werd er nog anders gedacht over de deze twee onderwerpen. De sociologie beschrijft meer de gedragingen van groepen en heeft een globale blik op mensen. En de psychologie gaat meer over wat een ieder van ons voelt en doet en is heel persoonsgebonden.
Gordon Allport zag een verband tussen deze twee gebieden en keek naar hoe 'andere' invloed hebben op ons persoonlijke gedrag, gedachte en gevoel.

Wanneer Allport het heeft over 'andere' gaan we in eerste instantie uit van andere mensen en dat is heel logisch, mensen zijn erg sociaal en communicatief en hebben hierdoor veel invloed op elkaar en zichzelf. Sociale psychologie omvat niet alleen de invloed van levende en werkelijke andere zoals je vrienden bijvoorbeeld maar ook de invloed van mensen die er niet meer zijn of er nooit werkelijk zijn geweest. Zo kan je overleden oma nog invloed op je hebben als je aan haar denk en kun je beinvloed worden door een overleden pop-idool wiens muziek je nog dagelijks draait. Tevens beschrijft de sociale psychologie de invloed van ingebeelde en niet werkelijke anderen, hierbij kun je denken aan mytische figuren, goden of viruele andere. Met de komst van de televisie en internet bijvoorbeeld, en computer gegenereerde andere is de invloed die 'andere' op ons hebben steeds groter geworden.

De sociale psychologie is dus een heel omvangrijke studie die een groot aspect van het mens zijn bepaald.
Een heel ander perspectief hierin en het meeste interessante voor mij als kunstenaar is de invloed van andere 'dingen' op onze gedragingen, gevoelens en gedachtens. In de omschrijving van Allport over sociale psychologie wordt niet duidelijk of hij alleen mensen bedoelt. 'andere' kan ook letterlijk 'al' het andere buiten ons betekenen in materialistische zin. En als ik er over nadenk helemaal zo gek nog niet. Zelf ervaar ik het heel letterlijk in mijn praktijk als beeldend kunstenaar, wanneer ik met een werk bezig ben voel ik een sterke betrokkenheid met het materiaal en de vorm, alsof er een soort mechaniek in mijn hoofd gaat draaien en ik heel geconsentreerd met het object bezig kan zijn en het me s'avonds wakker houd.
Ik stel me voor dat anderen dit ook hebben en dit wordt bevestigd als ik om mij heen kijk.
Mensen sleutelen aan oldtimers, bouwen hun droomhuis of geven op de koopavond masaal hun hele inkomen uit aan spullen waar ze niets aan hebben. Het is niet zo gek, wij hebben al deze spullen gemaakt om ons te dienen en te voorzien in levensonderhoud. Over de jaren heen is er een soort band onstaan waarin wij ons verhouden tot de dingen.
Omdat je niet kunt praten (al gebeurt dat wel) met de dingen, wil niet zeggen dat er niet gecommuniceerd wordt.
Alleen al in de publiekeruimte wordt er op los gecommuniceerd en zijn wij continue afwegingen aan het maken over wat wel en wat niet bij ons past en waar onze voorkeuren liggen. Mede hierdoor wordt onze identiteit en zelfbeeld vorm gegeven. 

-

 21-01-12

- word vervolgd